Het is een mooie zaterdag in september. De zon schijnt in Steenwijksmoer, een dorp bij Coevorden. In de achtertuin van een boerderijtje dat zorgvuldig opnieuw opgebouwd wordt, staan een stuk of twaalf voornamelijk jonge architecten. De groep zal vandaag vier uiteenlopende woningen gaan bekijken, elk in een andere bouw- of verbouwfase. Ze hebben één belangrijke overeenkomst: stuk voor stuk bouwt de architect die het ontwierp eigenhandig het huis.
De Vereniging tot Bevordering der Bouwkunst (VBB) en een informele groep jonge architecten die zich onder de naam Nader Te Bepalen (NTB) organiseert, draaiden voor vandaag een dag in elkaar. Op het programma: een renovatieproject, een verbouwproject, een nieuwbouwproject en een zelfgebouwd tiny house.
GO WITH THE FLOW
Steenwijksmoer, Drenthe
Door de openslaande deuren in de achtergevel bereikt het licht de houten gebinten van de woning die architect Femke de Vente en haar partner Gerd Muter aan het bouwen zijn. Eind 2020 begonnen ze aan de renovatie. De keuterboerderij die op deze plek stond, was het uitgangspunt. Ze behielden zo veel mogelijk originele elementen, herstelden die met eigen handen en renoveerden de boerderij tot een woning met het comfort van nu.
Zo’n twaalf paar ogen kijken geïnteresseerd de nog lege woning in. De vloer is van ruw beton, en het is er opvallend schoon. Het meest in het oog springende onderdeel zijn de houten gebinten. De Vente en Muter, die meubelmaker van beroep is, tekenden samen de constructie uit en maakten die vervolgens van lokaal eikenhout dat ze via een buurman bemachtigden. Een andere buurman had een schuur waar ze terecht konden om alles te maken. ‘Ik vind het heel tof dat je op die manier met iedereen samenwerkt aan het huis’, zegt De Vente. Het is een eigentijdse vorm van noaberschap die in deze omgeving heel belangrijk is, legt ze uit.
Hoewel de binnenruimtes nog vorm moeten krijgen, begint de opzet langzaam zichtbaar te worden. Stap voor stap braken ze de oude boerderij vanbinnen af, om ondertussen nieuwe binnenmuren neer te zetten. De Vente wijst: ‘Hier stond nog heel lang een muur, daar hebben we omheen gebouwd. Dat is het nadeel van verbouw: je moet eerst veel dingen laten staan en alles in fases doen.’ Tegelijkertijd is dat juist de charme van een renovatie, voegt ze toe: ‘Het maakt dit een karaktervol project.’
De opvallend strakke buitengevels van de woning lokken bewonderende kreten uit. De Vente tekende elk steentje nauwkeurig uit en metselde vervolgens met Muter wekenlang aan de muren. Het resultaat van dat vakmanschap wordt gezien. ‘Normaal gesproken valt mensen dat niet op. Het is fijn om van vakgenoten erkenning te krijgen van wat we samen neergezet hebben.’
Een van die vakgenoten kijkt goedkeurend rond. ‘Ik vind het mooi hoe ze aandacht hebben voor hoe zo’n keuterijtje gebouwd is. Ze kijken hoe het in elkaar zit, en maken daar een moderne versie van. De lol van het bouwen zie je daar heel erg in terug. En het leren van hoe het altijd al ging, en hoe je daar een heel solide huis mee kunt bouwen als je het goed doet.’
KEUZES PARKEREN
Iemand stelt een vraag over het nog te kiezen voegwerk. Dat soort beslissingen zijn voor De Vente en Muter belangrijk, maar maken ze bewust pas in een later stadium. Daarmee wordt meteen een verschil duidelijk tussen een reguliere opdracht en het bouwen van je eigen huis: ‘Je doet het voor jezelf, en je bent niet aan tijd gebonden. Daarom denk je over alle mogelijkheden heel lang na. Je parkeert iets, en als je eraan toe bent, maak je de juiste keuze.’
‘JE DOET HET VOOR JEZELF, EN JE BENT NIET AAN TIJD GEBONDEN. DAAROM DENK JE OVER ALLE MOGELIJKHEDEN HEEL LANG NA’
Er zijn meer verschillen tussen een zelfbouwproject en een regulier project dat in opdracht uitgevoerd wordt. Voor De Vente zit ‘m dat bijvoorbeeld in de manier waarop ze tekent. Veel details vormen zich tijdens het bouwen, waarbij ze ze uittekent op de eerste de beste plank die voor het grijpen ligt. ‘Als je voor een opdrachtgever werkt, zijn je tekeningen een belangrijk communicatiemiddel. Bijna een ontwerp op zich. De tekeningen die ik voor dit huis heb gemaakt zijn veel functioneler, en worden gebruikt voor de uitvoering. Ze zijn tot op de millimeter nauwkeurig. Maar alleen het noodzakelijke staat erop, daarom zijn het misschien wel de lelijkste tekeningen die ik ooit gemaakt heb.’
Met wat hulp van buren en familie doet het stel intussen al vijf jaar alles zelf. Een strakke planning hebben ze niet: het loopt zoals het loopt. ‘We hopen dat deze winter de vloerverwarming het doet.’ Uit de groep klinkt gelach, er schuilt verbazing en respect in voor deze manier van werken. ‘Maar als het niet zo is, is het niet zo’, voegt De Vente toe. ‘Go with the flow.’
LEERTRAJECT
Emmen, Drenthe
In de Burgemeester Tijmesstraat in Emmen, 25 kilometer verderop, valt vanaf de straat amper op dat er op nummer 8a al een paar jaar iets aan de hand is. Architect Marek Boekholt en zijn partner Sjoukje Steiger kochten het statige jarendertighuis naast het station drieënhalf jaar geleden. Daarna volgde een traject van verbouwen, uitbreiden en verduurzamen dat nog altijd bezig is.
Aan de achterkant van de woning staat de grote pui open, de groep bezoekers kijkt naar de forse uitbouw met daarin onder meer een nieuwe keuken. Om de bakstenen van de gesloopte achtergevel opnieuw te kunnen gebruiken, bikten Boekholt en Steiger deze samen schoon, een hele zomervakantie lang. ‘Met die klus waren we niet blij,’ zegt de architect, ‘maar met de stenen wel. Want die vind je nooit meer terug.’
GEEN VT WONEN-HUIS
Het huis kreeg een nieuwe vloer en een nieuwe fundering, met daarop houtskeletbouwwanden. Binnen de oude schil is feitelijk een nieuw huis gebouwd. Bij het ontwerpen van de uitbouw liet Boekholt zich inspireren door de architectuur van Dudok. Zijn partner had nauwelijks ervaring met dit soort klussen. ‘Maar ze is wel een harde werker, en ze pakt alles aan. We doen het echt samen.’
Zoals in een jarendertighuis hoort, zijn er inbouwkasten – maar dan op een nieuwe plek. Tussen de keuken en de woonkamer zitten en-suitedeuren, zoals ze in dit soort woningen oorspronkelijk vaak tussen woon- en eetkamer zaten. ‘We hebben stad en land afgezocht om passende deuren te vinden’, zegt Boekholt. ‘Deze komen uit een Reitsma-huis.’ Ook het glas-in-lood boven de en-suitedeuren is afkomstig uit een andere woning. ‘Er was hier eigenlijk niks meer, in de jaren zeventig is alles eruit gehaald. We hebben geprobeerd het zoveel mogelijk terug te brengen, maar wel met een moderne draai eraan. We willen geen VT Wonen-huis, maar echt een plék maken.’
OPENSTAAN VOOR DE BESTE OPLOSSING
Ook bij Boekholt is zijn ontwerp minder in beton gegoten dan bij reguliere opdrachten het geval is. ‘Bij elke ingreep denk je: we hadden het op een bepaalde manier bedacht, maar is dat nu nog de beste oplossing? Veel dingen die we hadden wegbezuinigd, hebben we uiteindelijk toch uitgevoerd – door het zelf te doen. Normaal gesproken is het ontwerp gewoon wat het is, je gaat niet elke dag naar de bouwplaats om dingen aan te passen.’
De architect zou daar het liefst verandering in brengen, zodat iets van die manier van werken doorsijpelt in de dagelijkse architectuurpraktijk. ‘Om de scherpte erin te blijven houden, maar ook de liefde. Tegelijkertijd staat het haaks op hoe het in de praktijk gaat. Daar houden we als architecten juist steeds minder grip.’
‘VEEL DINGEN DIE WE HADDEN WEGBEZUINIGD, HEBBEN WE UITEINDELIJK TOCH UITGEVOERD – DOOR HET ZELF TE DOEN. NORMAAL GESPROKEN IS HET ONTWERP GEWOON WAT HET IS, JE GAAT NIET ELKE DAG NAAR DE BOUWPLAATS OM DINGEN AAN TE PASSEN’
Het terugmetselen van de aangepaste achtergevel is een van de weinige dingen die het stel niet zelf deed. Boekholt voert in dit project werkzaamheden uit die hij normaal gesproken aan specialisten overlaat. Soms gaat dat niet direct goed, maar dat hoort erbij. ‘Dan trek je het weer los en doe je het opnieuw. Het is een leertraject. En je snapt ineens waarom een aannemer ergens zoveel geld voor vraagt.’
DROMEN BOVEN DEADLINES
De Groeve, Drenthe
Vanbuiten lijkt het huis van architect Simone Poel en haar partner Simon Jonkers in het dorpje De Groeve, net boven Zuidlaren, een afgerond project. Het heeft opvallend metselwerk, grote ramen en een bijgebouw in dezelfde stijl. De tuin staat vol met volwaardig groen. Ook binnen is al veel werk verricht, maar hier moet vooral nog veel gebeuren.
Samen met Jonkers, werkzaam bij een groot bouwbedrijf, begon Poel ruim vijf jaar geleden aan deze klus. Elke vierkante centimeter brachten ze eigenhandig tot stand, alleen het metselwerk besteedden ze uit. ‘Maar we hebben wel zelf alle 32.000 stenen gesorteerd en klaargelegd’, zegt de architect. ‘Metselwerkverbanden kun je achter een computer uitdenken, maar het werkt eigenlijk beter als je met die steen in je hand puzzelt.’
TRAPPETJES
Het meest opvallende kenmerk is misschien wel dat de woning uit twee gedeelten bestaat, verbonden door een glazen patio. Het slaapgedeelte ligt verdiept ten opzichte van het woongedeelte, zodat het daar koeler blijft. Dat hoogteverschil is op meer plekken in het huis aanwezig.
‘Ik hou van trappetjes’, zegt Poel. ‘En van ruimtes zonder muren.’ Ze wijst: ‘Hier komt straks de keuken, met een trap omhoog naar een ruimte om muziek te maken en te werken.’ De woonkamer ligt lager, en heeft een zitkuil. Als mensen vragen of het wel slim is om een huis met zoveel trappetjes te maken, met het oog op de lichamelijke gebreken die om de hoek zouden kunnen komen kijken als ze ouder worden, haalt ze haar schouders op. Daar nu al mee bezig zijn, vinden ze beiden onzin. ‘Dan worden huizen wel heel saai. En een huis als dit houdt je ook fit.’
‘METSELWERKVERBANDEN KUN JE ACHTER EEN COMPUTER UITDENKEN, MAAR HET WERKT EIGENLIJK BETER ALS JE MET DIE STEEN IN JE HAND PUZZELT’
Bij het storten van de betonvloeren ontstonden wat scheuren en gaten. Omdat onzichtbaar repareren niet kon, besloot Poel het beton te schuren – een enorme klus. Zo kwam een terrazzovloer tevoorschijn. Hier en daar staan op de muren nog de aantekeningen die ze maakte over de korreldichtheid van het schuurpapier. ‘Doordat we er zoveel liefde aan geven, zie je hoe mooi beton eigenlijk aan de binnenkant is.’
NIET ALLEEN HET EINDRESULTAAT TELT
Architect Ekaterina Ermokhina kijkt om zich heen. Zou ze zelf ook ooit haar eigen woning willen bouwen? ‘Eigenlijk wel, ja. Ik denk dat het voor een architect veel waarde heeft om het hele proces zelf uit te voeren. Je begrijpt ook beter wat haalbaar is, en staat sterker in een discussie met een aannemer.’
Net als De Vente en Boekholt maakt ook Poel haar keuzes niet op basis van tijd, maar van kwaliteit. Heel bewust werkt het stel zonder planning. ‘We hebben ook geleerd geen deadlines te stellen. Laatst moesten we dingen afmaken omdat de stukadoor kwam, dan krijg je stress. De volgende keer vragen we de stukadoor pas als het af is. En als we dan een maand moeten wachten, maakt dat niet uit – er zijn genoeg dingen te doen.’
Het proces is voor Poel en Jonkers haast belangrijker dan het eindresultaat. Steeds nadat ze iets afgerond hebben, vieren ze dat. ‘Je moet ook blijven dromen van wat je nog zou kunnen doen. Dan hoef je niet per se steeds met dat einddoel bezig te zijn.’
MEER DAN EEN KNUTSELHUT
Hoogkerk, Groningen
Verstopt achter een bouwvallige boerderij aan de Friesestraatweg in Hoogkerk staat een klein huisje op een trailer. Architect Nils Treffers bouwde het in drie jaar tijd volgens tijdelijke bouwnormen. In plaats van een ‘anonieme, functionele doos zonder relatie met het verleden’ koos hij voor een herinterpretatie met klassieke zigeuner- en herderswagens als inspiratie. Inmiddels woont hij er drie maanden.
Alles wat de architect voor zijn huisje deed, deed hij voor het eerst. ‘Eerder heb ik bij mijn ouders een kast gebouwd, dus ik dacht: dit moet ook wel lukken.’ 75 procent van het hout dat hij toepaste, is hergebruikt: afkomstig van pallets, kozijnhout van restpartijen en Marktplaats-vondsten. De grootste uitdaging was het zo laag mogelijk houden van het gewicht. Met dat doel koos Treffers voornamelijk voor het toepassen van dun hout.
ANDER HUIS, ANDERE KEUZES
Vergeleken met de drie huizen die eerder vandaag aan bod kwamen, is dit van een heel andere omvang, letterlijk en figuurlijk. Dat beseft Treffers zelf als geen ander. ‘Ik ga ervan uit dat het zo’n vijftien jaar meegaat. En het moet mobiel zijn. Dan maak je toch heel andere keuzes.’ Maar ook in dit huisje zit veel liefde en tijd. ‘Ik hoop dat iedereen dat ziet, dat alles wat ik gedaan heb een specifieke reden heeft en het niet overkomt als alleen maar een knutselhut.’
‘Het is één groot bouwexperiment’, zegt Treffers even later, terwijl hij zijn collega-architecten in kleine groepjes het huisje laat zien. ‘Wijs iets aan en er zit een verhaaltje aan vast.’ Binnen vallen allereerst de ronde vorm en de hoogte van het dak op. Hij bouwde de bogen ervoor van machinepallets die hij tot strips verzaagde. Door het 2 meter 60 hoge plafond voelt het allesbehalve krap. ‘Eigenlijk is het huisje hoger dan-ie breed is. Ik wilde het gevoel creëren dat je in een mooie bungalow bent.’
Aan een houten paneel zitten schakelaars die je normaal gesproken op elektrische gitaren ziet. Hier zijn het lichtknopjes. Op zoek naar een alternatief voor de in zijn ogen lelijke gangbare dimmers kwam de architect na een ingeving bij deze oplossing uit. ‘Het paste perfect. En het zit stevig.’ Een oplossing als deze tovert een glimlach op de gezichten van de bezoekers.
BOUWEN ZONDER LENING
Treffers waxte het hele huis met Zweedse lijnzaadolie. Niet de goedkoopste optie, maar kwaliteit ging ook bij dit zelfbouwproject voor. Goedkoop was de kleine woning al met al niet, vergeleken met andere tiny houses. Met enige trots vertelt hij dat hij het desondanks zonder lening heeft kunnen bouwen. ‘Wat ik elke maand aan geld kon missen, ging hierin.’
‘ALS DIT HUISJE OOIT ERGENS ANDERS ZOU KOMEN TE STAAN, MOET HET ER NIET UITZIEN ALS EEN GELIKT PRODUCT DAT DOOR EEN PROJECTONTWIKKELAAR GEMAAKT IS’
Het huisje is intussen grotendeels af, op wat details na. Komende week wil Treffers de tafel die tussen de twee met bonte stof beklede bankjes komt, afmaken. Dat wordt geen opklapbare, maar een vaste tafel. ‘Ik heb in studentenkamers veel opklapbare meubels gehad, op een gegeven moment was ik daar helemaal klaar mee. Daarom wilde ik dat alles wat hier zou komen vast zou zijn, en ruim.’
Dat het een zelfgebouwd huisje is, mag ook te zien zijn, vindt Treffers. ‘Als hij ooit ergens anders zou komen te staan, moet het er niet uitzien als een gelikt product dat door een projectontwikkelaar gemaakt is. Aan de binnenkant heb ik alles gedaan om dat voor elkaar te krijgen.’
KWALITEIT GEEFT DE DOORSLAG
Wat hebben de vier bliksembezoeken van vandaag opgeleverd, behalve een interessante kijk in vier verschillende keukens? Om te beginnen blijft de werkwijze van de architecten hangen. Niet alleen omdat ze bijna alles eigenhandig doen, en daarbij een schat aan praktische ervaring opdoen, maar ook door hoe bij elk van deze toch flink diverse projecten tijd en snelheid nooit de overheersende factoren zijn.
‘De grootste gemene deler is dat iedereen keuzes maakt op basis van kwaliteit’, concludeert Marek Boekholt. ‘Wat is het allerbeste wat je voor elkaar zou kunnen krijgen binnen je budget? Je ziet dat iedereen keuzes maakt die normaal gesproken eigenlijk niet haalbaar zijn, en maximaal kwaliteit probeert toe te voegen.’
Daarnaast durfden de zelfbouwende architecten zich kwetsbaar op te stellen door hun meest persoonlijke werk te tonen. ‘Je ontwerp zit in je hoofd, dat ben je aan het uitvoeren’, zegt Femke de Vente. ‘Het is best spannend om dat in deze fase te laten zien. Maar ik vond het belangrijk om dat wel te doen, want dit is hoe een huis gebouwd wordt. Het moet eerst lelijk zijn voordat het mooi wordt.’
Opvallend is ook de open houding waarmee deze jonge architecten in hun vak staan. Nils Treffers: ‘Ik heb het idee dat we elkaar niet veroordelen, maar gewoon in elkaar geïnteresseerd zijn en dingen willen delen. Het is ook een van de redenen waarom we NTB hebben opgericht, om die horizontaliteit te vinden. En op een open, misschien wat minder gewapende manier de discussie te kunnen voeren.’
‘Ik denk dat we op een punt zijn gekomen dat architectuur een andere rol gaat spelen, en dat het nog belangrijker wordt om samen te werken’, zegt De Vente. ‘Er moet veel gebouwd en herbouwd worden. Je bent als architect veel sterker als je het samen doet. Ik denk dat deze groep daar in zekere zin ook behoefte aan heeft.’
De kans dat deze architecten de komende decennia iets voor Groningen gaan betekenen, wordt hoe dan ook groter als ze op deze manier hun kennis en hun werk met elkaar blijven delen. ‘In welke beroepsgroep zie je nou dat mensen op zaterdag zoiets organiseren en bij elkaar langs gaan?’, zegt medeorganisator Remco Wagenaar. ‘Best bijzonder, ik denk dat het toch gewoon de liefde voor het vak is.’
Daarnaast kunnen ontwerpers die met eigen handen de verschillende kanten van het bouwambacht aanpakken alleen maar groeien in hun professie. De liefde voor het vakmanschap, het ambacht en het materiaal was vandaag niet te missen. En er zijn nog veel meer zelfbouwende architecten, weet Simone Poel: ‘Eigenlijk zouden we zoiets als dit veel vaker moeten doen.’
